Stiene van de Geitenhoek

Vlaanderen, zomer 1922.

Om de eindjes aan elkaar te knopen helpt Stiene Bosman, of Stiene van de Geitenhoek, zoals ze in het dorp wordt genoemd, na haar werk op ’t Berkenhof een handje in café Het Damberd. Daar leert ze Lowie Boonen kennen. Ze wordt op slag verliefd op de twee jaar oudere, rijke brouwerszoon. De liefde is wederzijds en het eerste Oogstbal, waar de twee tieners samen naartoe gaan, wordt er een om nooit te vergeten. Maar Stiene is niet langer welkom op ’t Berkenhof en ander werk is moeilijk of zelfs helemaal niet te vinden. In tegenstelling tot in Frankrijk, waar zowat een derde van de Vlamingen regelmatig seizoenarbeid verricht. Het is zwaar werk, maar de arbeiders worden er goed betaald. Alleen moet Stiene Lowie dan wel zes weken missen. Een verscheurende keuze voor haar jonge, smoorverliefde hart…

Wachten op iemand die je graag ziet is als de wind die blaast op een vuur’, zegt oma. ‘Is de liefde groot, dan wakkert de wind het vuur nog aan. Is ze klein, dan blaast de wind het vuur uit…’

Voor meer info..

Back to Top